Soorten transmissies
Bijna altijd voorzien van een droge plaatkoppeling.
Versnellingen worden handmatig ingeschakeld en
ontkoppelen zorgt voor onderbreking en dus is er
schakelen mogelijk. Wegrijden met een caravan op een
steile helling is vergelijkbaar met een
stoplichtsprintje met dit verschil: er zal een bepaalde
minimum snelheid bereikt moeten worden waarbij de motor
op eigen kracht via een directe verbinding op gang kan
blijven zonder af te slaan. De acceleratie (versnelling)
is echter beperkt op steil met een zware caravan!
Dientengevolge moet er ‘enige’ tijd geslipt worden met
die koppeling met alle risico’s van dien. Overigens
geldt die slipfase voor elke transmissie. Dit soort
koppelingen kunnen in tien seconden volledig aan gort
worden geholpen! Willen we wegrijden op voor de
combinatie maximale hellingspercentages is tijdens de koppelingsslip het
toerental van de motor idealiter op of boven het
koppeltoerental. Zo versnel je en kun je relatief vlug
de koppeling geheel op laten komen. De feitelijke kracht die er
overgebracht wordt is een mix van aandrijving en warmte.
Veel verliezen dus. Onze trekkrachtberekeningen houden
rekening met die factoren, maar veronderstellen wel een
bepaalde handigheid en gevoel van de bestuurder.
Coördinatie van gas- en koppelingspedaal en handrem
maakt wegrijden op hellingen lastig. In onze
trekkrachtberekeningen is het goed herkenbaar dat wegrijden vanaf stilstand
op een veel lager hellingspercentage mogelijk is dan 'het rijden op een
helling' met 'enige' gang. idealiter bij het maximumum koppeltoerental.
Terug naar de bak
zelf. Het schakelen ofwel het selecteren van een versnelling onder bepaalde
omstandigheden vereist een actie van de bestuurder, dus van de caravanner.
Maximale controle is mogelijk. Dit is een voordeel maar tegelijk ook z'n
nadeel. De twee-eenheid van koppeling en versnellingsbak is voor de
doorgewinterde caravanner een eitje, het meest pure en dus misschien niet
meer van deze tijd? Vooral omdat we zien dat automaten óók steeds slimmer
(zelfdenkend...) en eenvoudig manueel te manipuleren zijn.
|

|
|
Voor- en nadelen handgeschakelde bak met normale platenkoppeling |
|
Voordelen |
-
Goedkoopste in aanschaf (niet persé in landen als de
USA)
-
Koppeling óp betekent 1:1 verbinding, dus in de praktijk
het laagste verbruik bij goede schakeltechniek
-
Via de linkervoet weet u heel goed of het goed danwel
fout gaat. Een kapotte koppeling kondigt zich dus aan
-
Relatief geringe reparatiekosten
-
U bepaalt zelf de schakelmomenten bergop en bergaf
|
|
Nadelen |
-
Nodige handigheid vereist op hellingen
-
Verliezen van kracht tijdens de slip
- Zelf schakelen niet persé zuiniger
- Bij gebruik van Cruise Control is het niet ondenkbaar dat de
motor overbelast wordt (virtueel plankgas)
|
 |
Feitelijk is er geen technisch verschil met de
handgeschakelde bak met voetbediende plaatkoppeling.
Alle elementen van de ‘gewone’ transmissie zijn
hetzelfde, ze worden echter automatisch geactiveerd door
actuatoren. Zo ontbreekt er een koppelingspedaal, maar
niet de koppeling.Schakelen gebeurt via beroering van het pookje en/of
geschiedt volledig automatisch. Gemak dient de mens. Er
zijn veel variaties op dit thema. Er zijn er ook met
flippers achter het stuur. De aanduidingen zijn
velerlei. Toch zijn het geen ‘echte’ automaten. In onze
trekkrachtberekeningen worden ze dus ook verwerkt als
zijnde handgeschakelde transmissies. |
Dit wil niet zeggen
dat ze hetzelfde zijn, fabrikanten passen soms andere
overbrengingen toe dan bij de puur handgeschakelde
versies. Soms gelden er ook andere toegestane
trekgewichten. Dat blijft voor alle transmissies een
punt van aandacht! Oudere auto's met een semiautomaat
willen nog wel eens koppelomvormer hebben, net als bij een 'echte'
automaat. Het semi wil in dat geval zeggen dat de schakelmomenten door
beroering van de pook zelf moet gebeuren. Dit zijn echter
uitzonderingen.
|
Voor- en nadelen Semi automatische (gerobotiseerde) transmissies |
|
Voordelen |
- Techniek beschermd door electronica en niet meer echt
afhankelijk van onoordeelkundig gebruik door de
bestuurder
- Zuiniger dan traditionele automaten
- Gemak, vooral op doorgaande routes zonder extremere
situaties
- Bij gebruik van CruiseControl zal de bak (meestal) zelf
terugschakelen
|
|
Nadelen |
- Techniek mogelijk beperkt door electronica en niet meer
afhankelijk van oordeelkundig gebruik door de bestuurder
- Duurder
- Warmteontwikkeling tijdens de slip niet voelbaar
- Sommige fabrikanten beperken trekgewicht in vgl. met
handgeschakelde versies
|
De historie, de ontwikkeling
| Zo’n beetje uitgevonden in de VS en daar de absolute
standaard. Waarom? Dikke koppelrijke V8-en en een hooguit drietraps bak
met lockup incl. overdrive. Wa’s dat nu weer? Wel, zoals hierboven
uitgelegd wordt het koppel versterkt bij het wegrijden door die
ingenieuze koppelomvormer. Voorzie dan de eerste versnelling van een
heel lange overbrenging en de V8 doet de rest. |

|
De tweede versnelling is er voor snelheden boven de
100 en dan is er de 3e en die heeft een overbrenging
minder dan 1:1 (de overdrive). Later kregen ze in twee
en in drie een lockup. Een vaste verbinding die slip
voorkomt en wat brandstof bespaart. Viel (valt) absoluut goed mee te
rijden. Sinds een halve eeuw leveren Europese
fabrikanten bij hun topmodellen die automaten ook. De
laatste drie decennia zelfs bij wat wij ervaren als
middenklassers. 1.6 en 2.0 liters met nog niet een derde
aan koppel van die Amerikanen. Nooit werden ze echt
geaccepteerd bij liefhebbers van stuurmansauto’s. De
vermogensverliezen waren relatief groot ofwel het
verbruik navenant hoger. Bovendien zijn Europese wegen
heel anders dan Amerikaanse highways. Duitse
Bundesstraßen en Franse RN’s lenen zich er meer voor om
zelf op- en terug te schakelen dan die ouderwetse stomme
automaten die altijd op verkeerde momenten ‘iets’ doen.
Toen kwam de vierbak, de laatste als overdrive. Net als
eigenlijk de 5e bij een handbak. Maar nog steeds waren
(en zijn) die vierbakken van lange overbrengingen
voorzien. Logisch ook, vanwege het grote wegrijkoppel is
juist een lange overbrenging voldoende, anders moet je
bak (tandwielen), aandrijfassen etc. sterker maken.
Nodig voor pure solo acceleratie heb je geen korte
(eerste) versnellingen nodig. Daar zorgt de
koppelomvormer wel voor.
Is dat ook historie? Helaas
nee. Voor ons caravanners zijn er nog steeds van dit
soort ouderwetse automaten te koop. Ze voldoen vaak wel
hoor voor degenen die met hooguit modale caravans een
keertje naar Spanje en terug rijden. Gelukkig zien we
bij de ‘traditionele automaten’ hier in Europa een
aantal heel erg positieve ontwikkelingen. Die zouden er
wel eens voor kunnen zorgen dat we eindelijk met z’n
allen overstag gaan! Een stortvloed aan nieuwe
ontwikkelingen
Wanneer u een willekeurige vier- of vijfbak automaat
selecteert in onze trekkrachtberekening ziet u vaak als
resultaat een dikke plus voor ‘wegrijden op hellingen’
en een minder goede prestatie bij het ‘rijden op steile
hellingen’. Lange versnellingen zijn daar debet aan, met
als gevolg dat bij lagere snelheden keer op keer de
koppelomvormer moet bijspringen*. Zodra dat gebeurt wordt
er warmte geproduceerd en die moet weg kunnen. Vandaar
dat we hameren op oliekoelers! Elke Amerikaan die ‘iets’
trekt met zijn auto(maat) koopt er een ‘towing package’
bij. Dat is een trekhaak én een transmissie-oliekoeler.

|
|
Wat we in Europa zien is dat er steeds meer automaten
bijkomen met 5, 6 of meer versnellingen! Vaak hebben ze zelfs relatief korte (eerste) versnellingen en
natuurlijk lange hoogste versnellingen. Maakt niet uit
dat je de 8e niet kunt gebruiken met een aangehaakte
caravan…
Links een afbeelding van de nieuwste ZF achttraps-automaat. Aan de
linkerzijde het vliegwiel en direct daarachter de koppelomvormer. In
het smalle deel ziiten de tandwieltjes van de bak verstopt.
|
Waarom die ontwikkeling? Heeft men ineens
begrip voor de wensen van ons caravanners? Nee.
Uitlaatemissies en verbruiksnormen. Een breed
krachtsbereik zonder transmissieverliezen is daarbij
belangrijk. Vandaar lock-ups* vanaf meteen de eerste
versnelling. Zijn er dan geen zwaardere tandwielen en
aandrijfassen meer noodzakelijk bij die grotere
krachtsontwikkelingen? Deels wel, maar electronica
beperkt vaak weer die explosieve krachtsopbouw.
Een
voorbeeld: een nieuwe 'hightech' BMW 325d automaat beladen
tot bijna 1900 kg is in staat een caravan van eveneens
bijna 1900 kg op 1500 meter hoogte weg te trekken op een
helling van 40%. Met lockup – dus zonder slip - vanaf 13
km/u zelfs ook nog op 35%. Volgens onze berekeningen! Is
dat ook zo in de praktijk? Ik geloof er niks van. Ten
eerste is zo’n helling echt te steil vanwege de beperkte
grip op de twee aangedreven wielen. Ten tweede heb ik
het nooit uit mogen proberen. ;-)
| Een
vierwielaangedreven Audi Quattro dan? Wel, zo’n dikke
A6 4.2 hebben ze – zonder echte trucs – op een
besneeuwde skispringschans naar boven laten rijden. Klopt
volgens onze berekeningen! Mits met van superspikes voorziene
winterbanden op een verbreed spoor. Deze remake van de
'oer-quattro skischans hill climb' rond 1988 deed men nu met één
auto. Toen ook, maar na elke poging moest de koppeling (handbak)
vervangen worden. De automaat van de 2005 versie was 'herbruikbaar'.
Misschien hielpen de weersomstandigheden mee? -20° is wél 50°
verschil met een zuideuropees zomertje... ;-) |
|
 |
Okay, laat de kracht
van met name dikke turbodiesels in combinatie met
moderne automaten door elektronica beperkt worden, neemt
niet weg dat ze tot bijzondere prestaties in staat zijn
met aangehaakte caravan!
Wat betreft de eigenzinnigheid
van automaten ook steeds meer niets dan goeds. Oude
versies schakelden dóór bij gaslos in een afdaling en in
de bocht weer bergop schakelden ze een paar trappen
terug. Om zot van te worden. Bij de modernste automaten
gebeurt dat niet meer. Bij welke nog wel en bij welke
niet? Geen idee. Chaos alom, geen enkele is hetzelfde!
Een paar vooraanstaande Europese merken nemen echter wel
het voortouw. * Hier moeten we een opmerking plaatsen.
Er zijn automaten die voorkomen dat de koppelomvormer té vlug gaat
meehelpen, die regelen die 'lock-up' veelal via electronica. Mooi, weinig
kans op schade door oververhitting. Aan de andere kant moet u zich
realiseren dat je om een helling überhaupt op te kunnen komen juist die
hulp van de koppelomvormer nodig hebt! Let er dus vooral op dat uw automaat
in onze berekeningen op z'n minst redelijke percentages biedt, als je
eenmaal snelheid hebt. 'Wegrijden' 5 sterren en 'Rijden' slechts 2?
Opletten dan... Basiszaken bij een volautomaat
We hebben gesproken over de lockup en overdrive. Een
paar dingen moet u weten en toepassen ook al belooft de
verkoper u een ‘automaat’ te leveren. Niets is minder
waar. Vooral dus die oudere automaten dient u met een
aangehaakte caravan met beleid en vaak met de hand te
bedienen. Rijdt u op de snelweg dan ziet u soms op de
toerenteller telkens een klein verschil. Dat is die
lockup, die zorgt voor een vaste verbinding zonder slip.
Het ding twijfelt dan en u moet zelf ingrijpen.
Hetzelfde kan optreden in D(rive) tussen hoogste
versnelling (overdrive) en op één na hoogste
versnelling. We noemen dat pendelen. Ook dan moet u
handmatig een lagere versnelling selecteren anders is
oververhitting een risico. Ja, gewoon op de snelweg.
Rijdt u bergaf schakel dan ook handmatig terug naar een
lagere versnelling zodat u op de motor kunt remmen.
Duidelijk zal zijn dat bij een viertraps automaat die
remwerking beperker zal zijn dan eentje met 5 of meer
versnellingen. Meestal! Hoe beter een automaat bergop
rijdt – hij heeft dan korte overbrengingen - hoe beter
hij remt op de motor (zie onze rapportages).
 |
Ook bergop
is het aan te raden handmatig te schakelen. Met name als
u constateert dat net voor een scherpe bocht de bak
doorschakelt en in de bocht weer terug. Een automaat met
‘sequentiële’ schakeling – via een aparte +- stand bij
de pook of via flippers achter het stuur – is absoluut
aan te raden omdat een traditionele handle met P-R-N-D
(en soms nog wat keuzes 2-1) toch wel behelpen is
wanneer u zich op minder vlakke wegen bevindt.
Een afbeelding van een pookje, dat via een linksklik eenvoudig via
+ en - handmatig is te schakelen. |
Het
grootste risico van schade bij een automaat is oververhitting. Wees uiterst
zorgvuldig bij controles van de tranmissieolie. Vervang die op tijd indien
nodig en maak uw dealer attent op het feit dat u caravant. Een oliekoeler
is in onze ogen noodzakelijk. En dan bedoelen we een echte. Twee slangen en
een apart radiatortje voor of naast de motorradiator. Geeft uw dealer geen
duidelijk advies, ga dan op zoek naar een specialist.
|
Voor- en nadelen automatische transmissie met koppelomvormer |
|
Voordelen |
- Veel meer trekkracht bij het wegrijden (mits 1e
versnelling niet te lang)
- Kruipgedrag bij manoeuvreren handig
- Volledig automatische werking
- Computers maken automaten steeds slimmer
- Steeds meer automaten met 6 of meer versnellingen
|
|
Nadelen |
- Door meestal langere overbrengingen nadelen bij rijden
op steile hellingen vooral bij vier- en vijftraps
automaten
- Hoger verbruik, maar laatste tijd wordt winst geboekt
door snelle lockup zelfs al in eerste versnelling
- Minder goede acceleratie en topsnelheid, uitzonderingen
daargelaten
- Meer geschikt voor sterke motoren
- Aandacht vereist op hogere snelheden door ongewenst
pendelgedrag
- Oliekoeler lang niet altijd standaard aanwezig, maar wel
vaak noodzakelijk
- Rijden in de bergen vergt bijna altijd handmatig
ingrijpen, dus zelf schakelen
- Duurder in aanschaf
- Dure reparaties
|
| Qua historie kan ik daar kort over zijn. Huub van
Doorne stond aan de wieg met de DAFjes en later werd de
CVT ook toegepast in de ‘Volvo’ 343. Het principe is
twee conische poelies die verbonden zijn met een riem en
tegenwoordig door een high-tech ketting. Zodoende
ontstaat een traploze overbrenging. De duwband
verplaatst zich op de primaire poelie naar buiten en
tegelijkertijd op de secundaire naar binnen. Geen
tandwielen dus meer, het systeem werkt volledig
traploos, maar wel degelijk is er een koppeling bij
nodig. Soms is dat een natte koppeling (Audi) en soms is
dat ook een droge. Er zijn ook CVT’s met koppelomvormer
(Mercedes-Benz met de A en B-serie, Nissan met de
Quasqai en Jeep met o.a. de Patriot*). |
 |
Eén eigenschap van
de CVT is dat bij volle acceleratie eerst het toerental
omhoog schiet, dan een versnelling optreedt en dat het
toerental hoog en constant blijft. Dat is een vreemde
gewaarwording en vooral bij minder sterke motoren zelfs
irritant. Veel hedendaagse CVT’s hebben daarom een
electronisch bepaald aantal ‘vaste’ overbrengingen. Maar
gezegd moet worden dat ook in standje ‘auto’ veel
moderne CVT’s dit soort onhebbelijkheden hebben
‘afgeregeld’. Zeker, een minimaal gemotoriseerde versie
met zware caravan zal loeien. Maar ook zo’n
handbakversie zal dat doen als je prestaties wilt. *
Of het bijzonder is weet ik eigenlijk niet (in de praktijk). De Jeep
Patriot 2.4 CVT heeft een 33% kortere eindoverbrenging dan bijvoorbeeld de
Jeep Compass CVT. Het zijn ongeveer gelijkgeaarde auto's. Neemt niet weg
dat de eindoverbrenging nog steeds zorgt voor gematigde toerentallen op de
snelweg. De Patriot zou daardoor goede terreincapaciteiten krijgen (1000
rpm = ca. 6 km/u)
|
Voor- en nadelen
CVT ofwel Continu Variabele Transmissie |
|
Voordelen |
- Laagste overbrenging meestal mooi kort, goede
wegrijeigenschappen
- Volledig traploos dus geen hinderlijke schakelmomenten
- Zuiniger dan traditionele automaat
- Ook sterkere motoren tegenwoordig leverbaar met CVT
- Systeem zorgt altijd voor ideaal ‘constant’ toerental,
waarbij vermogen efficiënt wordt gebruikt
- Meeste systemen ook via ‘vaste’ overbrengingen te
schakelen
- Koppelingen meestal van het natte type dus in de basis
betere koeleigenschappen
|
|
Nadelen |
- Bij vooral lichtere motoren hinderlijk snel stijgen van
toerental
- Niet altijd duidelijk of extra koeling noodzakelijk is
- Duurder
|
Volkswagen heeft i.s.m. tandwielenboer Borg-Warner een redelijke
revolutie op gang gebracht met de ontwikkeling en introductie van het Dual
Shift Gear of Direkt Schalt Getriebe, kortweg DSG. Maar
andere merken zitten niet stil. Begin 2008 werd de Volvo S40/V50 2.0D
leverbaar met de PowerShift. De PowerShift is een
product van de joint-venture tussen Getrag en Ford. Uiteraard zal Ford
volgen met de nieuwe Focus TDCi (en ook BMW levert kanon M3 nu met M DCT). Een oude Porsche ontwikkeling (niets is
nieuw onder de zon) werd door VAG nieuw leven ingeblazen
omdat nu betrouwbaarheid en nauwkeurige
computergestuurde afstemming mogelijk bleek.
|

|
|
1 = motoraansluiting (vliegwiel, krukas) 2 =
dubbelwandige as (input) 3 = dubbele koppeling
4 = oliepomp 5 = as voor de achteruit 6 =
primaire vooruitas voor 1e, 3e en 5e versnelling 7 =
secundaire vooruitas voor de 2e, 4e en 6e versnelling 8 =
'mechatronics' stuureenheid 9 = differentieel naar de
aandrijfassen |
|
Het ding
werkt als volgt: Eén koppeling bedient versnelling 1-3-5
en een andere 2-4-6. Terwijl je wegrijdt in één
ontkoppelt koppeling twee en schakelt versnelling twee
in. Die is dan paraat. Doorschakelen betekent
tegelijkertijd koppeling één ‘intrappen’ en twee
‘oplaten’ en doorrijden. Versnelling drie wordt
ingeschakeld met koppeling één in standje afwachten
enzovoorts. Je kunt dus zeggen dat er sprake is van twee
semi-automaten of eigenlijk gerobotiseerde transmissies.
De DSG werkt eventueel volledig automatisch of met
flippers achter het stuur. Kenmerkend is de enorm snelle
gangwissel zonder krachtsonderbreking. De koppelingen
(ook die van Ford/Volvo) zijn natte exemplaren en zijn dus beter bestand tegen
warmte dan droge. VAG-motoren met minder dan 250 Nm
koppel kunnen ook een droge plaatkoppeling hebben. Ook de dubbele koppeling
van de nieuwe 7-traps DSG van Volkswagen is van het droge type, dat scheelt
behoorlijk in het gewicht.
|
Voor- en nadelen DSG |
|
Voordelen |
- Enorm snelle schakelmomenten zonder onderbreking van
trekkracht
- Natte koppelingen beter bestand tegen warmte dan droge
- Volledig automatisch of handmatig via flippers
- Zuiniger dan traditionele automaat
- Weinig verschil in prestaties t.o.v. handbak, mogelijk
zelfs beter
|
|
Nadelen |
- Duurder en zwaarder dan handbak
- Niet de ‘wegrijkracht’ van een aut. met koppelomvormer,
maar Volkswagen past redelijk korte 1e en 2e
overbrengingen toe
- Droge kopelingen bij minder krachtige motoren minder bestand
tegen warmte
- Complexe besturingstechniek
|
In de volksmond worden auto’s uitgevoerd met een
pookje wat slechts vóór- of achteruit kan gaan
sequentieel genoemd. Tiptronic ook wel (merknaam van
Porsche). Sequentieel bedienbaar is correct, maar een
echte seq. bak steekt wat anders in elkaar. Een
burgermansauto met zo’n pookje kan voorzien zijn van
zowat alle soorten besproken transmissies, veelal zijn
het echter (semi)automaten. ‘Echte’ worden in de racerij
gebruikt en dan meestal niet met een caravan erachter.
Dat zijn dus geen automaten, maar vaak wel voorzien van
een automatische koppeling.
Kenmerk is dat ze enorm snel
van verzet kunnen wisselen en dat ze geen versnelling
kunnen overslaan. Veelal wordt elektronisch tussengas
gegeven bij terugschakelen, nodig om blokkeren van de
wielen te voorkomen. Ruig schakelgedrag kunnen ze ook
goed aan.
Lees verder:
4. De keuze voor de
caravanner >>>
1.
Inleiding <<<
2. Koppelingen <<<
3. Soorten transmissies
<<<
|