Peugeot 406 1.9 SRDT Trekauto van het jaar 1996.
De onder auspiciën van de ANWB gehouden verkiezing
van de ‘Trekauto van het jaar’ heeft geresulteerd in een overwinning van
de Peugeot 406 1.9 SRDT. In een zwaar veld van twintig automobielen wist
de fijn sturende en stabiele Peugeot de begeerde trofee, nipt weliswaar,
binnen te halen. Voor het eerst in de vijfjarige historie van deze verkiezing
is het een diesel geworden, daarmee aangevend dat het tijdperk van trage,
stinkende en lawaaierige dieselmotoren écht achter ons ligt en dat ze
in een direct vergelijk zeker niet slechter scoren dan hun benzinedrinkende
soortgenoten.
Een voor de NCC verheugende ontwikkeling is dat onze
club geïnviteerd werd een afgevaardigde te sturen als jurylid. Dat deze
eervolle uitnodiging niet achteloos naast ons neer werd gelegd spreekt
voor zich. Dit jaar voor het eerst, en als het aan mij ligt niet voor
het laatst, heeft de Nederlandse Caravan Club dus een stempel mogen drukken
op de uitslag van deze belangrijke selectie. Namens de NCC en namens de
Klomprijcommissie wil ik bij deze de redactie van de KCK hartelijk danken
voor deze uitnodiging. We vertrouwen erop een positieve bijdrage te hebben
geleverd aan het fenomeen ‘Trekauto van het jaar’!
Eindklasseringen
A-klasse
|
1
|
Mitsubishi Colt 1.6
|
2496 punten
|
|
2
|
Mazda 121
|
2469 punten
|
|
3
|
Skoda Felicia 1.6
|
2418 punten
|
|
4
|
Hyundai Lantra 1.6
|
2328 punten
|
|
5
|
Toyota Starlet 1.3
|
2305 punten
|
De Mitsubishi Colt heeft in deze ‘goedkope’
klasse nipt gewonnen van de Kleine Mazda 121.
De laatste is echter
wel een stuk goedkoper en daarom is die tweede plek verrassend te noemen.
Eigenlijk nog verrassender is de derde plek voor de Skoda Felicia
in combi-uitvoering, veel ruimte dus. Volkswagen eigenaar heeft veel werk
verricht aan deze net-ogende, prettig rijdende familie-auto. Als (is verbrande
turf) hij stuurbekrachtiging zou hebben gehad, een stillere motor, een
vrouwvriendelijkere handrem en een wat prettiger bedienbare versnellingsbak
zou hij wat mij betreft klassewinnaar zijn geworden. De prestaties zijn
gemiddeld, maar de Tsjech is wel de enige auto in zijn klasse waarbij
de vijfde versnelling met enige regelmaat bruikbaar is. Wat stabiliteit
betreft overstijgt hij zijn rivalen. De Mits maar net trouwens. Maar op
de grote weg is hij echt heel goed. De enige auto in deze klasse, die
ook de uitwijkproef bij 80 km/hr goed doorstond, ondanks z’n lange oversteek
achter. Schokdemperhulp is overigens niet snel nodig.
De Hyundai Lantra
is een weinig boeiende auto, goed beschouwt een middenmoter. De 12 % helling
doet ie echter heel prima; er is slechts weinig wielspin noodzakelijk.
Toch een achtje voor dit item. De handrem is ook door het zwakkere geslacht
makkelijk te lossen.
De Toyota Starlet tenslotte valt op alle terreinen
toch wat tegen. De toerenteller ontbreekt in de geteste uitvoering.
B-klasse
|
1
|
Nissan Almera 1.6
|
2538 punten
|
|
2
|
Volvo S 40 1.8
|
2520 punten
|
|
3
|
Rover 216
|
2450 punten
|
|
4
|
Opel Vectra 2.0
|
2438 punten
|
|
5
|
Mitsubishi Carisma 1.8
|
2363 punten
|
|
6
|
Renault Megane 1.6
|
2323 punten
|
|
7
|
Hyundai Lantra 1.8
|
2156 punten
|
Wederom een Nissan winnaar! Na de Primera en vorig
jaar de Maxima is nu de beurt aan de Nissan Almera. Weliswaar geen
overall winnaar, maar toch blijkt hieruit dat Nissan goede caravantrekkers
in elkaar zet. De auto heeft een extreem korte oversteek en is mede daardoor
zeer, zeer stabiel. De prestaties liggen op een prima niveau. Op de besturing,
het roeren in de benzine, de koppeling en ook op de handrembediening valt
niets aan te merken. De hellingproef is ook geen traumatische ervaring
en verloopt zonder problemen. Wel eerst de voorwielen laten spinnen anders
‘valt ie dood’. Helaas heeft dit alles ook een keerzijde. De auto heeft
een stug onderstel en de motor maakt teveel lawaai. Dit onderstel zorgt
voor dat stabiele weggedrag, maar echt comfortabel is anders.
Dat het
laatste anders kan bewijst de nieuwe Volvo S 40 1,8. Deze Hollandse
Zweed met een Japans zusje (de in dezelfde fabriek in Born gemaakte Mitsubishi
Carisma, zie verderop in dit epistel) heeft een zeer fraai onderstel wat
resulteert in én een bovengemiddeld comfortniveau, slechts op de klinkers
zou je een iets straffere demping wensen, én een bovengemiddelde stabiliteit.
Een (bijna) perfect compromis dus. De motor is fraai stil en soepel, levert
de beste prestaties in vergelijking met de andere auto`s in deze klasse.
Trouwens, de lijsten doorwerkend in de andere klassen, zie ik dat alleen
de Audi en de Chrysler (dieselklasse) in de vierde versnelling sneller
zijn in de accelleratiemeting van 60 - 80 km/hr. Veel schakelen
is niet echt nodig en de vijfde versnelling is heel goed bruikbaar op
de grote weg. De besturing is nauwkeurig en geeft goed informatie door
wat er zich onder de voorwielen allemaal afspeelt; kortom zoals een besturing
moet zijn. De in veel ogen zeer fraaie auto bezit ook een paar fraaie
zitmeubels. Ze zitten perfect en zijn zeer ruim verstelbaar. Een collega
testrijder noemde de Volvo ‘de perfecte reisauto’ en daar valt weinig
aan toe te voegen. Door de zware handrembediening mist hij echter punten
en ook de effectiviteit van dit attribuut op de helling viel tegen. De
hellingproef op zich verloopt feilloos: met slechts een heel klein beetje
wielspin trekt hij moeiteloos weg. Ik heb deze aanwinst in caravantrekkersland
hiervoor een 10 gegeven. Dat de S 40 uiteindelijk ondanks deze lovende
kritiek net geen klassewinnaar is geworden komt door het prijsverschil
met de Almera. In de waarderingsformule wordt elke 1000 gulden vertaald
in twee puntjes en dat was net genoeg om de Nissan vooraan te laten eindigen.
Omdat ik weet dat veel NCC-ers de meeste Volvo`s
over het algemeen hogelijk waarderen als caravantrekker en omdat ik ook
weet dat veel NCC-ers over het algemeen ruim bemeten caravans bezitten,
die alweer over het algemeen, een ruime massa op de weg zetten, vroeg
ik mij af wat het resultaat zou zijn als je een langere caravan tot 1200
kg (is het maximum toegestaan trekgewicht) zou beladen en achter de S
40 zou hangen. Zo gevraagd, zo gedaan. De vijfmeter-Adria werd geladen
en ik ben op pad gegaan met deze combinatie, met in m’n rug de priemende
blikken van toch wel wat twijfelende KCK-redacteurs.
U moet nl. weten dat elke caravan exact beladen
werd tot 70 % van de beladen auto, dat was dus 1040 kg. voor de Volvo
S 40. Over het resultaat kan ik kort zijn: ook bij een dikke 80 % verhouding
gaat er niets mis. Op de helling gaat de voorwielaandrijver ook met dit
gewicht moeiteloos van acquit en slechts in de changing-lane proef is
bij 80 kilometer van enige instabiliteit sprake. Maar dat is ook niet
gek met zo’n lel van een caravan! Ik adviseer u dan ook beslist een goede
stabilisator aan te schaffen; daar ben ik overigens een warm voorstander
van, ook bij andere ‘goede’ combinaties!
De fraai ogende Rover 216 is een compacte auto.
Qua afmetingen eigenlijk thuishorend in de A-klasse, maar door zijn rijke
uitrusting en redelijke exclusiviteit is het ‘bommetje’ natuurlijk geen
echt Nettomarkt-artikel en vandaar de hogere prijs en die is ie als caravantrekker
zeker waard. Ziehier zijn verdienstelijke derde stek in deze klasse. Geheel
onverwacht gaat de Rover er als een haas vandoor met aangekoppelde Adria.
Hij is zeer stabiel ook. Door de korte bakverhoudingen presteert hij bovengemiddeld,
echt veel toeren zijn niet nodig, maar de motor heeft er ook geen hekel
aan eens flink wat toeren te draaien. Maar rustig toeren in vijf doet
de Engelsman ook zonder morren. Flegmatiek dus. Het motorgeluid is nadrukkelijk
aanwezig, maar door het sportieve karakter van de auto is dit niet echt
storend. Jammer van de tamelijk doodse koppeling en de lange slag van
dat pedaal. Het zou leuk zijn eens te gaan ‘gummen’ op Zandvoort met deze
pretmobiel, zonder caravan dan... Het comfort is alleszins redelijk, op
dat motorgeluid na en op binnenwegen is het sturen een feest. Je vergeet
bijna dat er een caravan achter hangt. Ook op de helling staat de Brit
zijn mannetje.
De nieuwe Opel Vectra 2.0 is door onze Engelse zusterclub
uitgekozen tot trekauto van het jaar. Dat heeft menig testrijder verbaasd,
want zo goed presteert de Duitser niet met een caravan aan de haak. Het
is overigens geen slechte auto hoor, maar de top haalt hij niet. In bochten
geeft de auto je niet het juiste gevoel, de rechtuitstabiliteit is wel
prima in orde. De tweeliter presteert middelmatig en de laaaaaange versnellingen
zijn een ramp. Opel onderkent dit probleem en levert de Vectra zonder
meerprijs met een ‘close-ratio’ bak. Ik spreek niet uit eigen ervaring,
maar er werd gefluisterd dat de verschillen tussen beide bakken niet erg
veel verbetering zouden opleveren. De vijfde versnelling is echter vaak
wel bruikbaar als de combinatie eenmaal op snelheid is. De bediening scoort
redelijk tot goed en ook het comfort doet dat, op de beroerde stoelen
na: je zit erbovenop i.p.v. erin en in een bocht val je er bijna af. Op
de 12 % helling is de 16-klepper alleen met veel wielspin enigszins te
bewegen, maar veel steiler moet het niet worden.
De Hollandse Japanner
met Zweedse familie is de Mitsubishi Carisma 1.8. Deze auto rolt
van de zelfde band als de S 40, maar dat zou je niet zeggen. Het weggedrag
met aangekoppelde caravan is alleen goed stabiel te noemen in rechte lijn.
Op snelheid in lange bochten, in de links-rechts-rechts-links combinatie
en ook op bochtige binnenwegen overtuigt de auto niet. De prestaties zijn
redelijk in orde, maar ook niet echt overtuigend. Op slecht wegdek is
de vering matig, verder is het comfort in orde. De bediening van de diverse
attributen is ook dik in orde. Op snelheid is de motor ook goed stil.
Wederom is ook deze auto alleen met veel wielspin van z’n plek te krijgen
als het wat steiler wordt. Natuurlijk kun je beter wat rubber achterlaten
dan een nieuwe koppeling aanschaffen (op diezelfde helling staat nooit
een garage van jouw merk), maar het is zoveel vriendelijker voor je omgeving
als je gewoon weg kunt rijden op gindse heuvel.
De hekkesluiters in deze
prijsklasse de Renault Megane en de Hyundai Lantra 1.8 Stationwagon
scoren beide zeer bescheiden op bijna elk vlak.
C-klasse
|
1
|
Citroen Xantia 2.0 16V Break
|
2512 punten
|
|
2
|
Ford Galaxy 2.0
|
2388 punten
|
|
3
|
Suzuki Villager V6 2.0
|
2319 punten
|
Deze slechts drie auto’s bevattende duurdere klasse
leverde vreemd genoeg geen echt goede caravantrekker op. Helaas was de
toegezegde Volvo V 40 2,0 op het laatste moment toch niet beschikbaar,
zodat al snel bleek dat een serieuze kandidaat voor de eindoverwinning
niet uit deze klasse zou komen.
De Citroën Xantia vertoont tot
veler verbazing slechts een gemiddeld weggedrag. De dubbele uitwijkproef
bij 80 km per uur (met een 5 meter Adria erachter) was maar kantje boord.
Een der collega’s meldde zelfs dat het aan de andere kant van het testcircuit
plotseling geijzeld had! De motor presteert redelijk, maar wel in alle
rust. Met deze caravan lijkt het aggregaat echter tekort te komen. De
vijfde versnelling is maar heel zelden een bruikbaar verzet. Ook de hooggespannen
verwachtingen op comfortgebied werden m.i. niet waargemaakt. De stoelen
geven weinig steun, maar gelukkig helt de wagen weinig over in bochten.
De helling gaat behoorlijk. Een 7,5 hiervoor. Er is wel wielspin nodig
maar niet zoveel.
De grote Ford Galaxy 2.0 eindigt achter de Citroën
en dat komt door de weinig tot de verbeelding sprekende prestaties. De
forse Ford is met deze vierpitter tweeliter amechtig met een caravan erachter.
De vijf en ook de vier zijn futloze versnellingen. Het begrip ‘versnelling’
is daarom in dit verband misplaatst. Als de grote trein echter eenmaal
op snelheid is, kan er echter wel in deze posities worden doorgeschakeld.
Op de grote weg af en toe controleren of de rechtervoet niet toch helemaal
op de bodem zit. Dat heeft echt geen nut en zorgt er alleen maar voor
dat het brandstofverbruik toeneemt. Driekwart gas zorgt voor bijna identieke
prestaties, maar is goedkoper. Een ander opvallend punt, waardoor de Ford
wat tegenvalt is de veel te zware besturing. Je moet de auto bijna de
bocht door dwingen. Vreemd dat de verderop besproken Volkswagen Sharan
daar geen last van heeft. Ze zouden hetzelfde moeten zijn. De ruimtewagen
van Ford heeft wel een bovengemiddeld goed weggedrag. Een stabiele auto.
Comfortabel ook, behalve de weinig steungevende stoelen. Op de helling
scoort de Galaxy als de Citroën: heel behoorlijk.
De Suzuki Villager
tenslotte is een vreemde eend in deze bijt. Het is eigenlijk een lange
Vitara. Een four-wheel-drive dus. De op hellingen fenomenaal presterende
auto (overschakelen in lage-gearing is vaak niet eens nodig!), komt echter
op bijna alle andere aspecten kwaliteiten te kort. De 2-liter zescylinder
is lawaaierig en komt vermogen tekort en dat is toch frappant. De enige
zespitter in het gezelschap presteert het slechtst (op de vlakke weg).
De automaat is van het type drie gangwissels, terwijl hedentendage vier
verzetten usance is. Van sport- of economystanden is geen sprake, gewoon
rechttoerechtaan. De bak schakelt overigens redelijk zonder schokken en
ook de kick-down is eenvoudig te activeren, hetgeen goed is, want om op
de grote weg een beetje vooruit te komen zul je veelvuldig hiervan gebruik
dienen te maken. Het comfort is zozo, maar de bediening van het e.e.a.
gaat probleemloos. De handrembediening en ook de werking hiervan is absoluut
een pluspunt van deze auto, moet natuurlijk ook in het terrein. Er zijn
echter onder deze testauto`s teveel die hierop steken laten vallen.
Heren autobouwers houden er nog steeds veel te weinig
rekening mee dat een caravancombinatie op een helling nou eenmaal meer
weegt dan een solo-auto. En aangezien steeds meer vrouwen ‘Wohnwagenfähig’
worden (gezien de belangstelling van dames in rijden met de caravan tijdens
onze klomprij-instructiekampen) is er een taak voor hen weggelegd.
Dieselklasse
|
1
|
Peugeot 406 1.9 SRDT
|
2520 punten
|
|
2
|
Chrysler Voyager 2.5 TD
|
2497 punten
|
|
3
|
Audi Avant A4 TDI
|
2479 punten
|
|
4
|
Seat Toledo 1.9 TDI
|
2460 punten
|
|
5
|
Volkswagen Sharan 1.9 TDI
|
2334 punten
|
De uiteindelijke all-over winnaar is de Peugeot
406 1.9 SRDT. Een terechte overwinnaar laat dat duidelijk zijn, maar
om aan te geven dat deze verkiezing dit jaar echt heel spannend en ‘close’
is geweest het volgende: in deze klasse is de runner-up eigenlijk hoger
geëindigd. De Fransman scoort zonder prijscorrectie 2480 punten. Dit zelfde
fenomeen speelde ook tussen de nummers één en twee in de B-categorie en
ook in de A-klasse! Om met Olivier B. Bommel te spreken: ‘als geld geen
rol speelt’ ziet alles er anders uit. Terug naar de winnaar. Het zal veel
ex 404 en 504 berijders deugd doen dat eindelijk weer eens is gebleken
dat Peugeot een stabiele caravantrekker kan neerzetten. De comfortabele
auto is zeer stabiel onder alle omstandigheden. Door de fijne besturing
komt dit extra goed naar voren. Op slecht wegdek is de vering tamelijk
stug, maar er dringt slechts opvallend weinig rumoer door naar het interieur.
De 1.9 turbodiesel levert voldoende prestaties, maar is in deze dieselklasse
net geen hekkesluiter. De vijfde versnelling is zoals bij alle diesels
goed te gebruiken, zeker als de combinatie eenmaal op snelheid is. Ook
op de helling scoort hij wat mij betreft slechts een 6,5. De handremwerking
is redelijk, maar je bent ook weer gedwongen de laatste tandjes erbij
te zetten en zie hem dan maar weer eens los te krijgen. Kortom wat tegenvallend
in de bergen. Dat de Peugeot dan toch ‘Trekauto van 1996’ is geworden
heeft hij te danken aan zijn andere genoemde kwaliteiten die duidelijk
boven het maaiveld uitsteken. Een goede prijs/kwaliteitsverhouding dus
en niet iedereen zoekt een berggeit!
De 1.800 (!) kilo wegende
Chrysler Voyager TD is een auto van formaat. Hij zit in een andere
prijsklasse dan de winnaar, dat is duidelijk. Wat echter deze auto tot
een geweldenaar maakt is het gemak waarmee hij de 3,5 ton treingewicht
verplaatst. Door de 70 % standaard diende de grootste Adria zelfs fors
te worden overbeladen (niet nadoen op de openbare weg). De stabiliteit
is prima in orde. Bij 80 km per uur tijdens de uitwijkmanoeuvre scoort
de in Oostenrijk gemaakte MPV slechts iets minder dan de winnaar, maar
dat is eigenlijk geen wonder, alle langere caravans vertonen dit euvel,
n`importe welke auto ervoor staat. De prestaties zijn dus goed, op snelheid
is hij slechts fractioneel minder snel dan de Audi Avant Turbodiesel.
En die scoort het best van alle auto’s (in alle klassen!). Van 0-80 accelereert
de Chrysler t.o.v. de andere oliestokers net wat minder snel dan de Audi
en de Seat. Benzinedrinkers presteren hier vaak beter. De vering is tegenovergesteld
aan de Peugeot: hoorbaar maar niet merkbaar. Het is ook nooit goed. De
ruimte-auto heeft een aangenaam korte draaicirkel. De hendel van de neuswielgrofverstelling
loopt bij een rondje linksvooruit in de achterbumper, die gelukkig van
een zacht soort kunststof is gemaakt. Ook de motor is (te) goed hoorbaar
dit in tegenstelling tot de Peugeot, maar persoonlijk vind ik het geluid van
zo’n krachtige diesel niet onaangenaam klinken (beetje macho-geluid, veel
prettiger dan het naaimachinegeluid van de meeste Japanners). Toch moet
de geluidsisolatie beter in de Chrysler. Mijn eigen auto is een Rover
met dezelfde diesel aan boord, inmiddels vier jaar oud. Onder de motorkap
is de Roverdiesel lawaaieriger, in het interieur echter is hij veel stiller
dan in de ‘Reiziger’. Overigens wordt dezelfde Italiaanse diesel van het
merk VM geleverd in de Ford Scorpio en in de Alfa Romeo 164. De handrem
is een apart verhaal. Het ding werkt goed, maar het is een voetpedaal,
zoals vroeger bij Mercedes. Het valt niet mee het ding goed te bedienen
op een helling. Het zal uiteindelijk na een maandje Noorwegen wel wennen,
maar uiteindelijk zette ik m’n brede gymp maar op rem én gaspedaal en
speelde het op zo’n manier klaar goed weg te komen. Dit ‘heel-toeën’ is
natuurlijk niet voor iedereen weggelegd. Ook de hellingproef verloopt
op zich nogal tweeslachtig. De voorwielgeometrie van de Voyager is gewoon
goed, dat betekent dat er ook veel ‘tractie’ is: de aangedreven voorwielen
zijn slechts met geweld aan het spinnen te krijgen. Prima op de vlakke
weg als het regent. De diesel heeft echter een grote turbo, die pas rond
de 2.000 toeren echt een partijtje mee begint te blazen en dan pas zorgt
voor voldoende trekkracht om beweging in de trein te krijgen. Wat je dus
moet doen is het volgende: toerenteller op 3.000 zetten, handrem los (pff),
koppeling snel op laten komen en als de wielen eenmaal doorslaan
kun je met het gigantische koppel bijna elke combinatie in beweging brengen.
Als hij ook maar even weg is, gaat het verder allemaal heel gemakkelijk,
gewoon wat minder gas geven, zodat de banden weer grip beginnen te krijgen.
Het vreemde is dat de motor bij lage toerentallen al best redelijk veel
koppel tentoonspreidt. Een voorbeeld: onderaan de helling de pook in de
eerste versnelling zetten, koppeling op laten komen zonder gas te geven
en de hele trein van 3,5 ton loopt zomaar met 600 toeren de helling van
12 % op. Nogmaals, zonder gas te geven! Het gaat er dus om te blijven
rijden bergop, desnoods heel langzaam. Kortom, in de bergen een beresterke
auto, mits je van tevoren een cursus krijgt!
De Audi Avant A4 TDI
is het voorbeeld van een moderne auto met moderne diesel. Je hoort hem
niet, hij is bloedsnel en nog zuinig ook. Uit deze nieuwe direct ingespoten
1900 cc motor hebben ze als ik de persmap goed heb gelezen 110 pk weten
los te peuteren, dat is bijna 58 pk per liter. Alleen de nieuwe 4-kleps
Mercedes 2,5 liter turbodiesel perst nog meer uit een cylinderinhoud van
1 liter: 60 pk! Kortom aan goede prestaties geen gebrek in de Audi. Ook
niet op de helling; wel weer alleen met veel wielspin. De stabiliteit
is in orde. In de changing-lane test bleef de aangekoppelde Adria wel
nadrukkelijk nogal lang heen en weer slingeren, maar de auto geeft absoluut
niet de indruk dat de zaak niet meer onder controle is. Het comfort is
niet het sterkste punt van deze stationwagen. De vering is stug, typisch
Duits. Je moet ervan houden, realiseer ik me en veel mensen doen dat.
Heel vervelend echter is de enorme dreun op de Brabantse betonbaan en
ook op de klinkerweg met kuilen. Het doet zeer aan je oren. Het is een
laagfrequent geluid, alsof je in een Bose luidspreker zit opgesloten.
De besturing is niet geheel perfekt. Weinig informatief. `t Is wel een
mooie auto, toch?
De Seat Toledo 1.9 TDI is de zoveelste loot aan
de Volkswagenboom. Er zitten notabene 4 auto’s van dit concern in de selectie
van deze ‘Trekauto van het jaar’ verkiezing. Een kans van 1:5. En toch
is het VW ditmaal niet gelukt te winnen, indertijd wél met de Golf. Volhouden
zou ik zeggen want de meeste zijn eigenlijk hele beste automobielen. Het
ligt meer aan het feit dat er toch wel veel auto`s op de markt zijn die
redelijk probleemloos een caravan (de één een wat zwaardere, de ander
een wat lichtere) aan de haak kunnen slaan. Zo ook dus de Spaanse Toledo.
Deze probleemloos stabiele auto (zie Audi) is ook voorzien van de VW 1.9
motor, echter in een wat minder gespierde versie. Door de tamelijk lange
bakverhoudingen moet er wel flink met de pook geroerd worden om de gang
erin te houden, dat is geen straf want roeren doet de Germaanse Spanjool
prima. Comfortabel is hij niet echt. Ook weer die harde vering Op de klinkers
vond ik `m zelfs ronduit slecht. Redelijk op de helling. Zware handrembediening
ook weer.
Hekkesluiter in de dieselklasse is de Volkswagen Sharan 1.9
TDI. Het zusje van de Ford Galaxy en ook weer met de inmiddels bekende
Wolfsburgse tokkelaar in het vooronder. Het hoge gewicht van deze ruimte-auto
helpt ineens die fraaie kritieken over de motor in andere modellen helemaal
om zeep. De zwakste acceleratie van 0 tot 80 van alle testauto`s. Het
is en blijft wel een hele soepele motor. In drie of in vier versnellen
van 60 tot 80 maakt weinig uit. De auto geeft na heel lang aandringen
een topsnelheid prijs van tegen de honderd. Hard zat natuurlijk, maar
je moet dan wel planken en dat is niet goed, zeker niet voor een diesel.
De reaktie van de motor op de bewegingen van de rechtervoet, met een duur
woord agiliteit, was zeer matig. Sponsachtig is de juiste benaming hiervoor,
geloof ik. Niet prettig. De aangekoppelde Adria is een hele handvol achter
de Sharan. Vreemd genoeg had ik die indruk niet met de Galaxy. Niet dat
deze auto een slechte stabiliteit vertoont met een caravan, maar hij geeft
je wel altijd het gevoel van ‘let op er zit nog iets achter je’. Dat is
natuurlijk wel veilig, denk ik, dan rij je dus nooit te hard. Maar ik
bepaal dat liever zelf. Overmoedig zul je in de Sharan niet snel worden.
De vijf is goed bruikbaar als de trein eenmaal op snelheid is (geen tegenwind).
De zware handrembediening is hierbij nog even vermeld. De 12 % is bijna
te veel. Na het opwekken van de benodigde wielspin klappert de hele voortrein
bijna onder de auto weg, lijkt het wel. Gek dat de Ford hier geen last
van heeft.
De algemene indruk, het slagveld overziend, is bij
mij vooral de prima prestaties van de kleintjes. Dat had ik nooit verwacht.
Natuurlijk met aangepaste aanhangergewichten, maar toch. Ook de praktische
Skoda was voor mij een positieve verrassing. De fenomenale nieuwe Volvo
natuurlijk. De tegenvallende Xantia, ik kan het eigenlijk niet goed geloven,
en de sterke dieselklasse met voor het eerst een prima:
‘KCK
TREKAUTO VAN HET JAAR 1996’
de
Peugeot
406 1.9 SRDT.
|